Sinds mei vorig jaar moeten evenementen op de Universiteit Utrecht die te maken hebben met Israël/Palestina voldoen aan strenge eisen. De voorwaarden die gesteld worden aan organisatoren zijn gebaseerd op ongegronde angsten en zetten daarmee de academische vrijheid onder druk.
Vorig jaar kondigde de universiteit aan dat evenementen die betrekking hebben op de genocide in Palestina moeten voldoen aan extra eisen. Zo wordt geëist dat bijeenkomsten over Israël-Palestina vooraf gemeld moeten worden aan C&F Security, maximaal 40-50 deelnemers mogen hebben en dat organisatoren een lijst bijhouden met verplichte vooraanmeldingen. Ook kreeg C&F Security de bevoegdheid om aan te wijzen waar evenementen zouden plaatsvinden en hield zij bij elke activiteit een toegangscontrole.
De effecten van deze maatregelen werden gelijk zichtbaar. Zo werden verschillende evenementen afgewezen omdat zij over Israël-Palestina zouden gaan, moesten organisatoren in korte tijd een nieuwe locatie vinden en wisten initiatiefnemers vaak wekenlang niet of hun activiteit door mocht gaan, waardoor promotie van het evenement (bijna) onmogelijk werd.
Hoewel de richtlijnen buitengewoon streng zijn, beweert de universiteit dat ze nodig zijn om te voorkomen dat evenementen omtrent Israël-Palestina veranderen in bezettingen. Echter heeft een praktijkvoorbeeld hiervan zich tot op de dag van vandaag nog niet voorgedaan.
De angst van organisatoren dat de academische vrijheid (het zelfstandig ontwikkelen van meningen en onderzoeken van feit en fictie) zo ernstig wordt ingeperkt, werd door collegevoorzitter Anton Pijpers beantwoord met: “Academische vrijheid betekent niet dat je op elk willekeurig moment een zaal kan krijgen voor een bijeenkomst.” Hoewel de heer Pijpers gelijk heeft dat academische vrijheid niet gelijkgesteld moet worden aan het zomaar verkrijgen van een zaal, is het belangrijk om zijn opmerking in bredere context te plaatsen. Op dit moment durven of kunnen veel professoren, tijdens hoor- of werkcolleges, hun handen niet te branden aan de genocide in Palestina. Het is daarom belangrijk dat buiten de colleges om de ruimte wordt geboden om dit onderwerp verder te onderzoeken en bespreken. Alleen op die manier kunnen wij meer informatie vergaren over de omstandigheden die hebben geleid tot deze genocide. En dat is waar academische vrijheid uiteindelijk over gaat: het vergroten en delen van kennis.
VIDIUS Studentenunie roept daarom de universiteit op om deze speciale maatregelen voor evenementen omtrent Israël-Palestina te schrappen. Alleen op die manier kunnen we onze kennis over Palestina en Israël vergroten in een onderwijscultuur waarin dat niet besproken kan worden in de collegebanken.